[ Object ] geval: [ Object ] doen: [ Taak ]

☞ x ≔ “**”.
x
geval: “*” doen: { ✎ schrijf: 1. },
geval: “**” doen: { ✎ schrijf: 2. },
geval: “***” doen: { ✎ schrijf: 3. }.
✎ stop.
2